Multi-instrumentalist Hubert Heeringa (62) speelt met de groten der aarde. Eigenlijk is hij zelf een van de groten der aarde, maar zijn bescheidenheid is nog groter dan zijn muzikale talent: van roem wil hij niks weten. “Uiteindelijk is het allemaal vergankelijk.”
Hij staat bekend als de man met het hoofddoekje. Het dragen van de bandana begon toevallig. “Ik speelde op Curaçao en ik zat in de zon weg te branden. Naast me lag een doek dat ik om mijn kop heb gebonden. Iemand zei: ‘Dat staat je goed, moet je ophouden.’” Het levert hem af en toe commentaar op. “Ik viel een keer in voor iemand in een orkest en een van de muzikanten vroeg of ik de bandana wel mocht dragen. ‘Ik zit toch niet bij het orkest,’ zei ik. ‘Ik remplaceer iemand.’ Als ze hadden gevraagd of ik het af wilde doen, had ik dat niet gedaan, trouwens.” Net zo kenmerkend als zijn bandana, zijn de oorbellen. “Op een dag keek ik in de spiegel en dacht ik: ik zie eruit als een parkeerwachter. Ik had een snor en werd al wat kalend. Ik heb toen mijn haar en snor afgeschoren, en een oorbel en tattoo laten zetten. Allemaal in een tijdsbestek van anderhalf uur.”
Tweeling
Hubert (hij is vernoemd naar de lievelingsoom van zijn Belgische moeder) is de jongste van drie kinderen. Hij heeft een tweelingbroer (“we zijn twee-eiig”) en een oudere zus. Zijn grootmoeder is tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Nederland gevlucht, waar ze is gebleven. Haar familie woonde in Antwerpen, waar ze in goud en diamanten handelden. Hun voorouders waren gevluchte joden. “Er zijn foto’s van mijn overgrootmoeder in de haven. Lange jurk met sleep, parasolletje in haar hand, met op de achtergrond van die grote, ouderwetse schepen.” Zijn opa was ook beroepsmuzikant. “Hij speelde onder andere piano bij de stomme film.”
Na de Tweede Wereldoorlog reisde zijn moeder als violiste en pianiste de hele wereld over. “Ze was een geëmancipeerde vrouw.” De vader van Hubert was hoornist en kwam uit IJlst. Ze ontmoetten elkaar bij het Frysk Orkest en belandden in Leeuwarden, waar Hubert in de Ferdinand Bolstraat werd geboren. Later verhuisden ze naar het Van Harinxmakanaal. “Er liep daar altijd een man met een doedelzak te spelen, waarschijnlijk mocht hij dat thuis niet. Ik vond het gebied daar, de Froskepolle, een heel naargeestige plek. Vroeger werden daar mensen opgehangen, weet ik nu.”
Koninklijke familie
Als zijn ouders moesten repeteren, namen ze de kinderen mee. “Dan zat ik daar met wat Lego of een kleurboek. Ik vond het altijd heel interessant. Wat doet die hobo, die pauk, die harp? Welke functies hebben ze in het orkest? Daar heb ik nu veel profijt van. Ik kan zo een melodie bedenken.” Op tienjarige leeftijd kreeg hij een viool onder zijn kin geduwd, net als zijn broer en, eerder, zijn zus. Een opleiding tot muzikant lag voor de hand. “Op de lagere school vroeg ik eens aan een klasgenoot wat zijn vader voor werk deed. Groenteboer, was het antwoord. Ik was helemaal verbaasd. Tot op dat moment dacht ik dat iedereen muzikant was.”
Prijs
School was niet aan hem besteed. “Ik heb op een ratjetoe aan scholen gezeten.” Hubert zat in verschillende bandjes en speelde, naast viool, ook saxofoon. “Douwe Heeringa, een achterneef van me, ging liedjes van Brel zingen en vroeg mij en Peter van der Zwaag om mee te spelen. Zo ben ik erin gerold. Er lopen in de muziekwereld, net als in de voetbalwereld, scouts rond en Peter en ik werden gescout door Jenny Arean, die een nieuw programma ging maken.” Hubert en Peter wonnen vervolgens de Scheveninger begeleidersprijs.
Workaholic
Sindsdien heeft Hubert nooit om werk verlegen gezeten. De lijst met mensen met wie hij heeft gewerkt, is lang en indrukwekkend: Ten Sharp, René Froger, de Toppers, Willeke Alberti, Liesbeth List, André Hazes senior, Beste Zangers, 3JS, Syb van der Ploeg, Veldhuis en Kemper, Rob de Nijs, Nico Haak, Sugar Lee Hooper en Cirque du Soleil. Hij reist de hele wereld over. Inmiddels speelt hij alle saxen (alt, tenor, sopraan, bariton), viool, chromatisch mondharmonica, de ewi (“een elektronisch blaasinstrument, daar ben ik in gespecialiseerd”), percussie, een klein beetje bugel, een klein beetje piano en kan hij zingen. Behalve live spelen, speelt hij ook veel muziek in dat bijvoorbeeld later wordt gebruikt bij optredens en maakt hij muziekarrangementen. “Dat doe ik in mijn thuisstudio.” Hubert erkent dat hij een workaholic is. Gelukkig krijgt hij hulp van zijn vrouw. “Ze regelt mijn administratie, mijn agenda en maakt eten voor me als ik op pad moet, zodat ik me kan concentreren op mijn werk.”
Corona
Ondanks zijn indrukwekkende staat van dienst voelt hij geen trots. “Ik heb hier nooit voor gekozen. Dit werk voelt voor mij als een muurtje verven, ik voel er niet heel veel bij. Als ik morgen een miljoen win, verkoop ik alles. De coronatijd heeft mijn ogen geopend. Het was een verademing om even geen muziek te maken. Ik heb de tuin op de kop gehad, een tuinhok gebouwd, mijn motor gereviseerd, schilderwerk gedaan.” Erg rock-’n-roll is zijn muzikantenbestaan dan ook niet. “Ze vragen wel eens aan mijn vrouw of ze meegaat, maar waarom? Ik zou nauwelijks tijd voor haar hebben. Eenmaal ter plaatse moet ik spullen opbouwen, sound checken, repeteren met artiesten. Op locatie, zoals bij het tv-programma de Beste Zangers, ben ik tot diep in de nacht bezig.”
Dan: “Het is allemaal vergankelijk. Vroeger keek ik naar al die posters in De Harmonie, van het variété, van Johnny Jordaan. Wie kent dat nu nog?” Zo gaat dat ook met de artiesten van nu, lijkt hij te willen zeggen. “Uiteindelijk is het allemaal totaal onbelangrijk. Ik snap mensen ook niet die met artiesten op de foto willen. Ik heb, denk ik, aan meer dan vijfhonderd cd’s meegespeeld, moet ik die dan in de woonkamer zetten? Het mooiste is richting huis rijden, van het theater weg.”
