Site pictogram Seniorenkrant

Vergeten beroep: De Scharensliep

Scharensliep Jansen bij De Waag in Leeuwarden

“Scheresliep, scheresliep!” Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw trok de scharensliep regelmatig langs de deuren om scharen, messen, schaatsen en zelfs koffiemolens en scheerapparaten te slijpen. Hij had een kar met een groot houten wiel, aangedreven door een pedaal, dat via een leren riem verbonden was met twee slijpstenen. Later kwam soms een diesel- of benzinemotortje in de plaats van het pedaal.

Het beroep van scharensliep werd vaak uitgeoefend door zigeuners of woonwagenbewoners. Ze trokken rond met hun kar en als alle scharen in een dorp of wijk weer scherp waren, dan gingen ze naar een volgende plek. Veel scharenslijpers hadden ieder jaar een vaste route. Wel zo handig voor de klanten. Doordat ze een afgebakend werkgebied hadden, hoefden ze niet met hun collega’s te concurreren.

De komst van goedkopere, roestvrijstalen messen en scharen en onze wegwerpcultuur maakten een einde aan het beroep van de scharensliep. Als iets niet meer werkt gooien we het vaak weg in plaats van het te laten repareren.

De scharensliep met zijn kar is dan ook bijna volledig uit het straatbeeld verdwenen. Je ziet ze alleen nog wel eens op een jaarmarkt. Het beroep van scharen- en messenslijper bestaat trouwens nog wel gewoon. Messen en scharen die beroepsmatig worden gebruikt zijn vaak behoorlijk prijzig. En dan is slijpen wel de moeite waard. In Wommels bij Slijpgoed bijvoorbeeld kun je bijvoorbeeld nog van alles laten slijpen. Alleen is de handkar ingeruild voor een efficiënte slijpmachine en “Scheresliep, scheresliep!” heeft plaatsgemaakt voor een professionele website. ■

Komt vrienden in het ronde (oud volksliedje)

Komt vrienden in het ronde,
minnaars van enen stiel!
Ik zal u gaan verkonden
hoe ik door ‘t slijperswiel
De kost verdien voor vrouw
en kind, schoon blootgesteld
aan sneeuw en wind
Ter liere lom ter la!
Van linksom rechtsom
draait mijne steen door het
roeren van mijn been
ju ju ju ju ju ju!

Foto: Sjoerd Andringa/Historisch Centrum Leeuwarden.

 

Mobiele versie afsluiten