Dit is het derde artikel in een serie waarin Riemie van Dijk senioren vraagt naar het leven
na hun pensioen. Hoe hebben zij dat ingevuld? Wat zijn tips waar anderen misschien iets
aan kunnen hebben? Al ben je niet meer piep, er ligt nog een wereld voor je open.
Tijdens hun werkende leven kwam het er weinig van: reizen. Dertien jaar geleden veranderde dat. Wilfred en Janny kochten een camper. Sindsdien genieten ze van andere landen en andere culturen. Onderweg beleven ze van alles.
De camper op de oprit maakt duidelijk dat we op het goede adres zijn. Voorzichtig opent Wilfred de deur: anders gaat de uit Spanje meegenomen kat er vandoor. Onder het genot van koffie en een stuk Spaanse cake doen Wilfred (39 jaar lang eigenaar van een groothandel in vleeswaren, salades en kaas) en Janny (40 jaar leerkracht in het basisonderwijs) hun verhaal.
Als eerste in Nederland
“Veertig jaar geleden had ik als een van de weinigen in Nederland een tot camper omgebouwde bibliotheekbus”, kijkt Wilfred terug. “Die hebben we na een paar jaar weg- gedaan omdat we er te weinig mee reisden en te weinig tijd hadden. Wel heb ik toen gezegd: als ik tijd heb, koop ik weer een camper.” Acht jaar geleden kochten ze hun huidige camper. “Toen Wilfred gestopt was met werken, konden we ineens weg”, vertelt Janny. “Ik was altijd jaloers op vriendinnen die vier of vijf weken weg konden. We genieten er nu zeker van, zijn net terug van een reis naar Marokko.”
Ezels, kamelen, honden en katten
Op de thee
Nadat Wilfred en Janny elders snoep, drinken en T-shirts hadden gegeven aan kinderen die om lege statiegeldflessen kwamen vragen, werden ze door hun moeder uitgenodigd in de Nomadentent. Wilfred: “Die tent bestond uit niet meer dan een aantal doeken die over een boom heen waren gespannen. De vader, een herder, was met de geitjes op stap. Het was de vraag of ik als man wel naar binnen mocht. Ze zette direct thee voor ons en er was brood dat we konden dippen in amlou, een soort amandelpasta.” Lachend: “We zaten op kussens, dus ik kwam nooit meer overeind: zo stijf als een plank.” Een andere keer werden ze door een kamelendrijver uitgenodigd bij hem thuis thee te drinken. Lopen was geen goed idee, vertelde hij via de vertaalapp. “Met de camper reden we vervolgens vier kilometer de bergen in. De wegen werden steeds smaller. Op een gegeven moment moest ik zelfs de spiegels van de camper naar binnen halen”, blikt Wilfred terug. “Hoe kom ik ooit weer terug? De achteruitrijcamera was stuk, dus ik kon niet achteruitrijden. Gelukkig was er een steegje waarin ik na tien keer draaien kon omkeren.”