Interviews

Veel ouderen die in een verpleeghuis wonen, gaan terug in de kast.

We leven in een tijd waarin alles lijkt te kunnen: mannen met nagellak en in een jurk, een kruisje in je paspoort bij geslacht, gender neutrale toiletten. Zo op het oog zijn we in Nederland erg tolerant. Toch worden er nog steeds kinderen door hun ouders de deur uit gezet wanneer ze vertellen dat ze homoseksueel zijn en gaan sommige ouderen terug in de kast als ze in een verpleeghuis terechtkomen. 

Ik zocht Anne Veenendaal (72) en Majo Tigchelaar (73) van COC Friesland op om te praten over de homo emancipatie van toen en nu. Ze vertellen heel open over het werk dat ze doen voor het COC, hun ervaringen binnen de LHBTI+ gemeenschap van Friesland en hun coming out.

Het litteken blijft

Majo was een jaar of achttien toen hij ontdekte dat hij zich aangetrokken voelde tot mannen. Een jaar later kwam hij noodgedwongen uit de kast, op een moment dat hij daar helemaal nog niet aan toe was. Er volgden twee moeilijke jaren. “Ik woonde nog thuis en het onderwerp was voor mijn moeder onbespreekbaar. Er ontstond een hele vervelende sfeer. Ik zat op de kweekschool en bleef daar zo lang mogelijk hangen om maar niet naar huis te hoeven. Heel eenzaam. Homoseksualiteit als leefwijze was in die tijd onbekend. Iedereen wist wel dat er mannen waren die het met mannen deden. Maar dat je je leven kon delen met iemand van hetzelfde geslacht, dat je kinderen kon hebben samen, dat bestond niet. Het voelde altijd als iets dat niet hoorde.” Later kwam het wel weer goed tussen Majo en zijn moeder, maar het litteken blijft. “Dat ze negatief reageerde en me afwees was ontzettend pijnlijk.”

Het voelde niet goed, maar ik kon het niet plaatsen

Anne heeft een heel ander verhaal. Ze was vijfentwintig jaar getrouwd met een man. “Ik ben opgegroeid in een christelijk gezin. Ik had nooit vriendjes en ik ben wel eens verliefd geweest op een vrouw. Maar ik wist niet dat je lesbisch kon zijn, daar werd in mijn omgeving nooit over gesproken. Mijn man heb ik via een contactadvertentie in de krant leren kennen. Toen we gingen verloven kreeg ik het heel erg benauwd. Dat gevoel was er ook weer bij de bruiloft. Ik had totaal geen vlinders in mijn buik. Het voelde niet goed, maar ik kon het niet plaatsen. Vanwege het geloof hadden we geen seks voor het huwelijk. Dat ik daar met hem niet van kon genieten, ontdekte ik pas toen ik al getrouwd was. Tja, wat doe je dan, je gaat niet meteen scheiden. Ik bleef bij hem en we kregen drie kinderen.”

Pas op haar negenenveertigste ontdekte Anne dat ze lesbisch was. “Mijn man en ik gingen in relatietherapie en ik werd stapelverliefd op de lesbische therapeute. Zo kwam ik er achter.” Haar man zei dat het wel over zou gaan, dat die gevoelens door de overgang kwamen. “Maar dat was natuurlijk niet zo. We hebben nog een half jaar als broer en zus samengeleefd, maar dat werkte niet. Ik voelde me heel alleen, want niemand wist van de situatie; ook de kinderen niet.” Anne ging naar het COC, op een avond dat anderen haar niet konden zien. “Dat was echt doodeng. Ik kreeg een foldertje mee van Orpheus, de landelijke vereniging voor mensen die tijdens een heterohuwelijk ontdekken dat ze homoseksueel zijn. Daar heb ik heel veel steun aan gehad. Mijn man ook trouwens. Dankzij Orpheus zijn we uiteindelijk als maatjes uit elkaar gegaan.” Inmiddels is Anne zelf erg actief binnen Orpheus. Ze leidde gespreksgroepen en bemant nu de landelijke telefoonlijn.

Acceptatie

Ook binnen Anne haar familie lag haar homoseksualiteit gevoelig. “Mijn moeder kon er eerst niet mee omgaan, ze vond dat ik het vol moest houden met mijn man. Daarin speelde het geloof zeker een rol. Zelf had ik last van schuldgevoel. Ik was heel actief in de kerk, maar ik ben er uiteindelijk uitgestapt. Toen mijn geaardheid bekend werd stond ik in de kerk alleen koffie te drinken, niemand kwam bij me staan. Ik kwam huilend thuis”. Dat ze het aan de kinderen moest vertellen was ook geen kleinigheid. “Tjonge, wat was dat moeilijk. Mijn dochter vond het heel erg, ook omdat we gingen scheiden natuurlijk, maar ze heeft het wel geaccepteerd. Een van mijn zonen sloeg zijn arm om me heen en zei: ‘Wat er ook gebeurt, je blijft mijn moeder’.”

De deur uitgezet

Ook in de huidige tijd, waarin alles lijkt te kunnen, is acceptatie nog steeds een issue. Majo: “Jaarlijks worden ongeveer drieduizend jongeren uit Nederland door hun ouders de deur uit gezet vanwege hun geaardheid. Op de scholen in Leeuwarden komt maar een heel klein percentage van de homoseksuele studenten er openlijk voor uit. De helft van de jongeren die naar het COC komen, doet dat stiekem. Natuurlijk zijn er ook positieve voorbeelden. Zoals de vader die zijn lidmaatschap van de katholieke zangvereniging opzegde omdat er negatief werd gesproken over zijn homoseksuele zoon”. “Dat is dapper”, zegt Anne. “Heel gewoon eigenlijk, maar toch dapper”. Hoe kan het dat de emancipatie van homoseksualiteit zo langzaam gaat? Majo”: “Het is ongeveer sinds 1970 een gespreksonderwerp en dat is relatief kort. Er komt steeds meer aandacht voor, maar het heeft tijd nodig. En dan valt het hier in verhouding nog mee. Er zijn eenenzeventig landen waar je in de gevangenis terechtkomt als je homoseksueel bent.”

Dan kun je niet met kinderen werken

Vooral op juridisch gebied is er veel gewonnen. Je kunt vanwege je geaardheid niet meer ontslagen of uit je huurhuis gezet worden, om maar wat te noemen. Dat was vroeger wel anders. Majo geeft een paar voorbeelden van vooroordelen en tegenwerking. “Na de middelbare school was ik voor een beroepskeuzetest bij het arbeidsbureau. Uit die test kwam dat ik geschikt zou zijn als onderwijzer. Toen ik vertelde dat ik homoseksueel was, zei die dame: ‘Oh maar dan kun je niet met kinderen werken’.

In 1975 kochten mijn vriend en ik een huis in Heerenveen. De ambtenaar daar wilde ons geen gemeentegarantie geven. Hij zei letterlijk: Ik wil jullie soort relatie niet aanmoedigen. Uiteindelijk kreeg ik het toch voor elkaar omdat ik de juiste mensen kende en voor mezelf op kon komen. We waren een van de eerste homoseksuele stellen in Friesland die met gemeentegarantie en met een samenlevingscontract een huis kochten.” Majo heeft, net als Anne, de nodige strijd moeten leveren, maar “daardoor sta ik nu wel opener en ruimdenkender in het leven”.
Wettelijk gezien is er veel veranderd, de morele kant is een ander verhaal. “Als LHBTI+’er moet je altijd een stap zetten”, legt Majo uit. “Je moet uitleggen dat je anders bent dan de norm waar iedereen vanuit gaat. Dat is voor veel mensen een grote drempel.” “Hoe mooi zou het zijn als er geen hokjes waren?” zegt Anne. “Als je gewoon mens mag zijn en van een ander mens mag houden. Want daar gaat het toch om?”

Voorlichting en hulp

Majo was in 1968 één van de oprichters van COC Friesland. De eerste vijf jaar was hij voorzitter; Anne is inmiddels twintig jaar actief binnen het COC. Het COC komt op voor de belangen van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, trans- en intersekse personen. Beiden benadrukken het belang daarvan. Majo: “Zolang het woord homo een scheldwoord is, men regenboogvlaggen in de brand steekt, kinderen door hun ouders de deur uitgezet worden vanwege hun geaardheid en mensen in elkaar worden geslagen, is ons werk nodig.”

Terug in de kast

Voorlichting geven op scholen is een belangrijke taak van het COC. In bijna iedere klas zit wel een homoseksuele leerling. Alleen voor diegene kan het al veel verschil maken. Maar er wordt ook aandacht besteed aan het informeren van zorgpersoneel en studenten van zorgopleidingen. En dat is heel erg nodig. “Wist je dat veel oudere mensen die in een verpleeghuis wonen, terug in de kast gaan?” vraagt Anne. “Ze zijn enorm bang dat ze niet geaccepteerd worden door hun generatiegenoten. Ik ken het verhaal van een man die een foto van het nachtkastje had staan, maar aan anderen vertelde dat het zijn neef was. Hij durfde zijn geaardheid niet openlijk te bespreken. Het zou enorm helpen als iedereen die met ouderen werkt de mogelijkheid open zou houden dat iemand homoseksueel zou kunnen zijn.” Anne werkte een tijd geleden mee aan het theaterstuk Terug in de kast, dat opgevoerd werd in verschillende zorginstellingen. “We hoorden heel vaak van de medewerkers dat er in hun instelling geen homoseksuele bewoners waren. Maar die zijn er natuurlijk wel, alleen men komt er vaak niet voor uit”.

Je staat er niet alleen voor

COC Friesland heeft een speciale 50+ groep, die iedere derde dinsdag van de maand bij elkaar komt. Om te praten of om een uitstapje maken. De oudste is 92 jaar. Als je met het onderwerp worstelt, neem dan contact op. “Je staat er niet alleen voor”.

COC Friesland
058-212 4908
info@cocfriesland.nl
www.cocfriesland.nl

Tags
Show More

Geef een reactie

Back to top button
Close
Close