Vroeger

Eigenaardig – Otto van Gelderen

De Plantage, een plek voor arbeiders en notabelen

Ter gelegenheid van de expositie Van Herberg tot Huiskamercafé is er door het Historisch Centrum Leeuwarden een stadswandeling samengesteld langs horeca van toen en nu. Voor de Seniorenkrant aanleiding om met twee eigenaren te praten over hun zaak in de jaren tachtig. In de vorige editie stond Sierk Goedemoed centraal, die van 1983 tot 1990 bar-dancing The Golden Oldies bezat. In dit nummer Otto van Gelderen, die met Theo Minnema tussen 1975 en 1986 café restaurant De Plantage bestierde.

Al in de jaren vijftig was de voormalige molenaarswoning op het heuveltje aan de Westerplantage een theehuis. In 1975 namen Otto van Gelderen en Theo Minnema De Plantage over van Andries van der Vugt. Van Gelderen had zijn horecaervaring al opgedaan als barkeeper-dj bij Don Quichot. Daarnaast runde hij met Minnema bar -dancing The Crazy Horse Saloon en Monsieur, toen de bekendste gaybar van het Noorden.

Voor arbeiders en notabelen

“In De Plantage hebben we toptijden meegemaakt, maar het was aanpoten vanaf negen uur in de ochtend tot middernacht. We hadden alleen een kleine kaart; toch moest er flink doorgepakt worden in de keuken en achter de bar”, aldus een terugkijkende Van Gelderen. Café-restaurant De Plantage was een plek voor arbeiders en notabelen. “We hadden van alles binnen zitten. Ik wilde dat de mensen uit de eenvoudige milieus zich ook bij ons thuis voelden. Uiteindelijk ben ik ook maar een gewone jongen. Door de week kwamen de HTS-leraren uit de Molenstraat voor hun lunchpauze langs. In de avond en in de weekenden beleefden allerlei voetbalteams daar hun derde helft.” Bijzonder was ook hun band met de parochieleden van de Dominicuskerk. “Na de zondagmis kwamen Auke Rauwerda, schoenenman Kamsma en de IJselmuidens langs voor koffie met gebak. Als ze bleven hangen, dan veranderde de koffie snel in iets sterkers.” Van Gelderen voelde goed aan hoe je met je gasten contact legt. “Veel vaste klanten deelden lief en eed met je. Na een paar consumpties stortten zij vaak hun hart bij je uit. Je hoorde verhalen om bij je te houden of gauw te vergeten.”

In de blote kont

In de jaren zeventig waren er maar twee terrassen in Leeuwarden. Dat van hotel-restaurant De Kroon aan de Sophialaan en dat van De Plantage. “Ook al was de zon na lunchtijd weg, de klanten bleven zitten totdat ik ze om middernacht weg moest sturen. Ik herinner mij nog dat we een dag hadden van bijna dertig graden. Ik sloot af en liep richting mijn huis in de Tramstraat. Hoor ik in de verte van die zuigende natte voeten op de stoep. Ik tuurde naar de overkant en zag de gebroeders Verbeek met wat maten, die een half uur daarvoor nog op mijn terras zaten. Ze liepen in de blote kont bij Rauwerda langs en zagen mijn verbaasde gezicht en zeiden: we binne aan utdrooglope. We hewwe swommen in ‘e fiiver fan ‘e Prînsentún.”

Mart Smeets aan de bar

Van Gelderen schudt de ene na de andere anekdote uit de mouw. “Op zondagavond hadden we altijd de hele eerste selectie van LVV Friesland binnen. Dan zat zanger ‘Johanna’ Buiter ook aan de bar, want hij was smoorverliefd op de topscorer. Om zijn aandacht te trekken zong hij zowat zijn hele repertoire aan smartlappen, maar de liefde bleef onbeantwoord. Zo hadden we iedere week wel een topavond met veel vertier en dito omzet.” Hoe mooi het ook allemaal was; op het laatst hadden Van Gelderen en Minnema genoeg van de lange werkdagen. Ze konden het pand uiteindelijk goed verkopen aan een dame die daar het Marokkaans restaurant Agadir begon. “We maakten nog wel een klapper in het laatste jaar. In 1985 werd na lange tijd weer eens een Elfstedentocht verreden. De hele nacht doortappen met een supergezellige Mart Smeets aan de bar.”

Na De Plantage werd Van Gelderen cateringmanager bij Philips, in de volksmond beter bekend als de ‘stofzuugerfabriek’. Daarna was hij jarenlang acquisiteur en reclameman. Eerst bij Adrem en later met zijn eigen bureau Top*Score. Tot hij de tip kreeg om geld in stenen te steken en dat doet hij nog steeds. Zijn zoon Richard is uiteindelijk ook de horeca ingegaan. Boven de bar van zijn café ‘t WAP (Willem Alexander Plein) hangt een pentekening van De Plantage. Van Gelderen: “Blijft er toch nog wat bewaard van een prachttijd die ik voor geen goud had willen missen. De omgang met zowel de gewone man als de gegoede burger maakte deze zaak zo speciaal. Met beide groepen kon ik goed opschieten. Ik heb daardoor veel mensenkennis opgedaan. Die kennis en de daar ontstane liefde voor de stad Leeuwarden nemen ze me nooit meer af.” ■

Tags
Show More

Related Articles

Geef een reactie

Back to top button
Close
Close